Door gastblogger:  Peter Dijkema van Lagerweij

Hoi Herman, ga zitten. Koffie?’ ‘Nee dank je, ik heb net koffie gehad.’ Herman legt zijn notitieblok op de vergadertafel en gaat zitten, wat gespannen. ‘Zo Herman, goed dat we elkaar spreken.’ Theo schuift met zijn papieren. Herman schuift wat op zijn stoel en kijkt zijn manager aan.

‘Okee Herman… je beoordeling. Ik wil beginnen met te zeggen dat ik je inbreng in het project ‘Dienstverlening Plus’ echt geweldig heb gevonden. Hebben we het over gehad. Maar zoals je weet zijn er daardoor ook wat dingen blijven liggen. Als ik alles optel en aftrek, kom ik erop uit dat ik je over 2017 met een ‘Goed’ wil beoordelen.’

 Herman fronst en kijkt naar het tafelblad. ‘Wat vind je ervan?’ vraagt Theo. ‘…Euhhmmm…’, begint Herman, terwijl hij zijn ogen met enige moeite op de ogen van zijn leidinggevende richt. ‘Tja… eerlijk gezegd vind ik dat ik dit jaar wel veel extra dingen gedaan heb. Ik denk dat het project zonder mij echt niet op tijd klaar was geweest.’ ‘Dat ben ik op zich met je eens’, zegt Theo, ‘maar we hebben dit jaar ook twee keer gesproken over het belang van het op peil houden van je eigen productiecijfers. Als ik je productiecijfers meeweeg, kan ik je ten opzichte van je collega’s echt geen ‘Zeer goed’ geven.’

Theo gaat verder: ‘En ik vind dat je je op de competentie ‘Plannen&Organiseren’ gewoon onvoldoende ontwikkeld hebt. Ik merk nog steeds dat het je niet lukt om prioriteiten te stellen. Je hebt altijd veel werk liggen en ik merk in vergaderingen regelmatig dat je de stukken niet goed gelezen hebt.’ Herman reageert: ‘Dat was vorige maand inderdaad zo, maar voor mijn gevoel heb ik wel degelijk prioriteiten gesteld. Ik had toch echt de indruk dat jij óók vond dat de afronding van het project voorrang had. Het is toch logisch dat ik daardoor veel te doen had en soms niet bij was met mijn productie?’

 Theo zwijgt even. ‘Herman, ik snap best dat je teleurgesteld bent. Maar ik kan niet anders. Als ik naar de informatie over het afgelopen jaar kijk, en de weging die we hebben afgesproken over productiecijfers en de ontwikkelafspraken op de competenties, kom ik echt op een ‘Goed’ uit. Dat neemt niet weg dat ik heel veel waardering heb voor jouw bijdrage aan ‘Dienstverlening Plus’.’ Er valt een korte stilte. ‘Zullen we even samen naar je scores kijken?’ Herman knikt en gaat wat verzitten, zodat hij mee kan kijken naar het papierwerk dat voor Theo op tafel ligt.

Een keurig gesprek, vind je ook niet? Althans: volgens de normen en opvattingen die in veel organisaties leidend zijn. Eerlijk, objectief, duidelijk, netjes volgens de richtlijnen van P&O en niet eens onvriendelijk. Herman wordt, zoals afgesproken, langs dezelfde meetlat gelegd als zijn collega’s. Gelijke monniken, gelijke kappen.

Maar vraag je nu eens af hoe een dergelijk gesprek zou verlopen bij een jonge, razendsnel de markt veroverende ‘start up’ in pakweg 2022…

‘Jo Timo, vette shit man! Dat project heeft ons 54K opgeleverd!’ ‘Wacht effe Finn… !’ Timo verdwijnt even uit beeld. Finn hoort zijn stem roepen: ‘Kas! Eerst je handjes wassen! …Goed zo!’ Timo’s hoofd verschijnt weer op het beeldscherm. ‘Hey Finn, ja ging lekker… Ze waren wel tevreden geloof ik!’ ‘Timo, bij FirstCase hebben ze een vergelijkbare klus die voor 1 augustus gefikst moet zijn. Iets voor jou?’ ‘Ja man! Wie kan ik daar contacten?’ ‘Da’s Jacob, ik app je zijn gegevens straks effe.’ Finn kijkt even opzij.

 

‘Tja gast, nu nog even kijken hoe we de buit verdelen. Tess heeft de klus binnengehaald en ik heb je programmeerklus overgenomen. Maar het is jouw succes. Wat dacht je van 25-25-50?’ Het is even stil. ‘Die 50% is natuurlijk voor jou’, grijnst Finn. Timo fronst. ‘Thanks, maar ik vind dat je het aandeel van Tess onderschat. En laten we het geld nou niet direct in onze eigen zakken stoppen’. ‘Okee gast, dacht al dat je zo zou reageren. Een voorstel?’ ‘Alledrie 20%, en de rest als reserve om weer te kunnen investeren?’ ‘Da’s inderdaad een beter plan. Ik gooi het nog effe op de app naar Tess, maar ga er maar van uit dat we het zo gaan doen!’

 

Er lijkt, voorzichtig gezegd, in dit tweede gesprek een iets andere dynamiek te heersen. Een dynamiek die meer toekomstbestendig is. Mensen die dingen doen waar ze energie van krijgen, die betrokken zijn bij wat de organisatie wil bereiken, die voelen dat hun aandeel ertoe doet en een verschil maakt.

Wanneer is een medewerker toekomstbestendig, Future Fit? Future Fit zijn veronderstelt dat je scherp in beeld hebt waar je passies liggen, welk type werk jou energie geeft, en dat je je vooral daarop durft te richten. Waarom? Omdat in onze snel veranderende en automatiserende maatschappij de eisen steeds hoger komen te liggen, omdat je alleen op de gebieden waar je zelf echt plezier in hebt optimaal kunt bijdragen aan je omgeving. Als je niet van je vak houdt, waarom zou je dan de ontwikkelingen op je vakgebied bijhouden? Waarom zou je dan ’s avonds nog inloggen om toch nog even die ene mail te beantwoorden, of dat ene plan van aanpak af te schrijven?

Wanneer is een organisatie Future Fit? Als de organisatie erin slaagt om de passie van mensen te verbinden aan de missie van de organisatie. Als je door deze bril nog een paar keer naar het eerste gesprek kijkt, en dan met name naar het optreden van Theo, wordt diens keurige en eerlijke aanpak steeds tenenkrommender. Dat doet Timo in 2022 een stuk beter. Vind ik.

Future Fit worden is niet ingewikkeld. Iedereen kan aan zichzelf en aan anderen de vraag stellen: ‘Waar heb jij zin in? Wat vind jij het leukst om te doen?’ en dat doorvertalen naar een bijdrage aan de doelen van de organisatie, mits die helder zijn natuurlijk.

Future Fit worden is wel moeilijk. Onze gangbare opvattingen over hoe het in een organisatie ‘hoort’ te lopen zitten flink in de weg. En als organisatie doelen formuleren, dat vraagt om keuzes maken, ook de keuze om bepaalde dingen niet te doen.

Gevolg is dat we een flink deel van onze tijd bezig zijn met ‘kantoortje spelen’. We zijn in een bepaalde manier van denken opgegroeid, zeggen wat we denken te moeten zeggen en gaan voorbij aan wat we echt willen en waar onze passie ligt. Die komt op een andere plek wel tot uiting, thuis, op het voetbalveld. En daardoor komen we in ons werk zelden echt tot bloei, niet individueel en niet gezamenlijk. En leggen organisaties in de toekomst het loodje, omdat ze als collectief niet het enthousiasme kunnen opbrengen om alert en snel op ontwikkelingen in te spelen.

 

Je passie een plek geven op je werk, een mooie uitdaging! Het vraagt wel om het opzij schuiven van je opvattingen over ‘hoe het nu eenmaal gaat’… Wie durft?!

 

 

Share This
× Hoe kan ik je helpen? Available from 08:30 to 22:00